|
|
Voorwoord
Het lijkt nog altijd of er iets mis is met meertaligheid, terwijl de helft van de wereldbevolking meertalig is. Ook in Nederland komt meertaligheid veelvuldig voor: we hebben minderheidstalen zoals Fries, streektalen zoals het Limburgs en het Zeeuws en ook varianten van het Nederlandse zoals Vlaams, Surinaams en Zuid-Afrikaans. Daarnaast is er een toestroom (geweest) van immigranten die hun eigen talen en culturen meebrengen, zodat we een multiculturele samenleving zijn geworden, waarbij meertaligheid een gegeven is. Het merendeel van de mensen wordt nu thuis opgevoed in een andere taal of taalvariëteit dan het standaard Nederlands.
Voor al deze mensen – zowel kinderen als volwassenen – geldt dat het leren van het Nederlands als tweede taal onontbeerlijk is. Immers, kennis van de Nederlandse taal is onmisbaar voor de toekomstperspectieven van deze mensen. Het is daarom van groot belang dat de tweede taalverwerving zo optimaal mogelijk verloopt, adequaat wordt begeleid en dat problemen snel worden gesignaleerd en aangepakt. Toch leeft nog vaak het misverstand dat tweetaligheid of meertaligheid nadelig is voor de taalontwikkeling van een kind; kinderen moeten zeker hun moedertaal leren maar moeten ook Nederlands leren. Wij leven niet meer in een monolinguale maatschappij maar in een meertalige maatschappij en deze multiculturele gemeenschap wordt toch eerder gezien als uitgangspunt en doelstelling. Aangezien meertaligheid een universeel verschijnsel is, kan hierbij gebruik worden gemaakt van kennis en ervaringen uit het buitenland.
De nieuwe inzichten en ontwikkelingen op het gebied van meertaligheid in relatie tot spraak en taal zijn voor de Nederlandse Vereniging voor Stem-, Spraak- en Taalpathologie (NVSST) en de Vereniging voor Klinische Linguïstiek (VKL) aanleiding geweest voor het organiseren van een studiedag. Sprekers uit binnen- en buitenland hebben uiteenlopende facetten van meertaligheid behandeld. Centraal stond de theorievorming, diagnostiek en behandeling van kinderen en volwassen die opgroeien en/of functioneren in een meertalige omgeving.
De studiedag had plaats op 7 oktober 2006 in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. De NVSST en de VKL hebben de dag en de samenwerking als zeer waardevol beschouwd. De redactie van Stem- Spraak- en Taalpathologie heeft hierin reden gezien een themanummer aan deze studiedag te wijden om op deze manier bij te dragen aan een bredere discussie over dit actueel onderwerp.
Romain Buekers, Patricia Gulpen, Yvonne van Zaalen
Redacteuren
Assessment of Speech and Language Skills in Bilingual Children: An Holistic Approach
Helen Grech1 and Barbara Dodd2
1 Institute of Health Care University of Malta, Malta 2Perinatal Research Centre University of Queensland, Australia
A review of recent research and professional guidelines on the assessment of bilingual children with communication disorders identified some emerging themes. All the languages that a child is exposed to (including the home language/s) require assessment since proficiency across the different languages used reflects the child’s ability to maintain social contacts and access education. Language mixing is a natural, typical and fundamental aspect of bilingual discourse that has no negative effect on bilingual language acquisition. Limited data on normal bilingual language acquisition makes differential diagnosis between language disorder and language difference very difficult. Consequently, bilingual children are at risk for being misdiagnosed as having an impairment. Assessment strategies are described that provide alternative approaches to the use of normative data for the identification of communication disorders. Research is needed to determine the effect of language pair and language learning context on bilingual language acquisition and to ensure valid identification of bilingual children with communication disorder.
Key Words: bilingualism, communication disorders, assessment, codeswitching
Multilingual sound perception and word recognition
Paola Escudero
University of Amsterdam
In this paper, I review two recent studies conducted to examine the sound perception and word recognition abilties of adult multilingual and bilingual speakers. The abilities to perceive sounds and identify words in a new language are essential for the global understanding of such language. However, these abilities have only recently received attention within the broad areas of blingualism and multilingualism research. The first study reviewed here shows that speakers of a third language, in this case Dutch, perceive the contrast between words such as “tak” (“brunch”) and “taak” (“task”) differently from native Dutch listeners. It is also shown that this difference may decrease with proficiency in the Dutch language. The second study shows that problems with the perception of sound contrasts, in this case vowel contrasts, also lead to problems with recognizing new words containing such contrasts. This second study uses the same eye-tracking paradigm used in previous similar studies and finds that bilinguals who learn similar sounding words with their spelling differences can differentiate between the words in a word identification task. In contrast, bilinguals who learn the same words only through listening to their auditory forms match them to their two pictures indifferently. Thus, these two studies show the problems that bilinguals and multilinguals have with perceiving the sounds and identifying the words of a new language, as well as how they learn to master these abilities and what sources of information, e.g. spelling, can help them in achieving their goal.
Spontane taalanalyse bij meertalige kinderen; alternatief voor, of aanvullend op genormeerde taaltesten?
Maria Manuela R. Julien
Audiologisch Centrum Den Haag
Dit artikel presenteert een denkkader voor diagnostiek bij meertalige kinderen, dat rekening houdt met kenmerkende verschijnselen van de normale taalontwikkeling van deze kinderen. Code-mixing, taaldominantie, taalverlies en additieve en subtractieve meertaligheid worden behandeld. Er wordt voorgesteld om meertalige kinderen te onderscheiden in vier subgroepen, die zowel gebaseerd zijn op het moment van blootstelling aan de verschillende talen als op de grootte van de minderheidsgroep waar ze toe behoren. Dit maakt vergelijking tussen kinderen die ongeveer in dezelfde omstandigheden opgroeien mogelijk. Aandachtspunten, problemen en mogelijkheden rondom diagnostisch taalonderzoek bij meertalige kinderen worden besproken. De toepasbaarheid van onderzoeksmethodes zoals genormeerde testen en spontane taalanalyse wordt besproken.
Investigating real-time sentence processing in the second language
Leah Roberts
Max Planck Institute for Psycholinguistics
Second language (L2) acquisition researchers have always been concerned with what L2 learners know about the grammar of the target language but more recently there has been growing interest in how L2 learners put this knowledge to use in real-time sentence comprehension. In order to investigate real-time L2 sentence processing, the types of constructions studied and the methods used are often borrowed from the field of monolingual processing, but the overall issues are familiar from traditional L2 acquisition research. These cover questions relating to L2 learners’ native-likeness, whether or not L1 transfer is in evidence, and how individual differences such as proficiency and language experience might have an effect. The aim of this paper is to provide for those unfamiliar with the field, an overview of the findings of a selection of behavioral studies that have investigated such questions, and to offer a picture of how L2 learners and bilinguals may process sentences in real time.
Afasiediagnostiek bij tweetaligheid, een vertaling en bewerking van de AAT en de ANTAT voor het Fries
Joost Hurkmans1, Nynke van den Bergh2, Roel Jonkers2, Roelien Bastiaanse2
1 Revalidatie Friesland, afd. logopedie 2 Rijksuniversiteit Groningen, afd. Algemene Taalwetenschap, onderzoeksgroep Neurolinguïstiek
Veel Friese afasiepatiënten beheersen het Fries beter dan het Nederlands. Tot nu toe waren er geen Friestalige instrumenten om de taal- en communicatieproblemen van deze afasiepatiënten te diagnosticeren. In een samenwerkingsproject van de Rijksuniversiteit Groningen en Revalidatie Friesland zijn de Akense Afasietest en Amsterdam-Nijmegen Test voor Alledaagse Taalvaardigheid bewerkt voor het Fries. De Nederlandse- en Friestalige versies zijn afgenomen bij een groot aantal gezonde en afatische tweetalige sprekers. Het blijkt dat op de productieve onderdelen verschillen bestaan in het functioneren van de tweetalige proefpersonen: hun prestaties op de Friestalige versies zijn significant beter dan op de Nederlandstalige.
Bilingual aphasia: a filed under construction
Eleonora Rossi
Department of Linguistics, Graduate School for Behavioural and Cognitive Neurosciences (BCN), University of Groningen
Aphasia in bilinguals is still a new field of study. Till now the literature on bilingual aphasia has been mainly focussed on the description of the various recovery patterns (parallel, selective, consecutive, antagonist) in order to test hypotheses about the representation of two (or more) languages in the brain and to test the roles that different types of acquisition play on the outcome of bilingual aphasia. Nevertheless, there is still a consistent lack of description of cases and even more a lack about studies which deal with the recovery pattern and rehabilitation of those (more and more common) cases. The goal of this paper is to give a general overview about the history and the main theoretical models used in bilingual aphasia. The description of a single case study will be used to exemplify the recovery pattern of a bilingual speaker. Some general guidelines for treatment will be proposed.
Werkwoordscongruentie bij bilinguale kinderen met een taalstoornis
Jan de Jong, Antje Orgassa, Nazife Çavuş
Universiteit van Amsterdam
In deze studie wordt werkwoordscongruentie getoetst bij eentalige en tweetalige kinderen. De tweetalige kinderen hebben Turks als moedertaal. Tweetalige kinderen met een specifieke taalstoornis worden vergeleken met tweetalige kinderen zonder taalstoornis en ook met eentalige kinderen met een specifieke taalstoornis en eentalige kinderen met een normale taalontwikkeling. De vergelijking laat verschillen zien tussen de kinderen met en zonder taalstoornis. Bovendien zijn er verschillen tussen de data voor beide talen: het foutenaantal is groter voor het Nederlands dan voor het Turks. De uitkomsten worden besproken in het licht van de discussie over de status van tweetalige SLI. Daarnaast worden de resultaten vergeleken met die van onderzoek naar crosslinguïstische verschillen in de symptomen van SLI.
Pronunciation training in Dutch as a second language on the basis of automatic speech recognition
Ambra Neri, Catia Cucchiarini and Helmer Strik
Centre for Language and Speech Technology (CLST). Radboud University Nijmegen, The Netherlands
We studied a group of immigrants who were following regular, teacher-fronted Dutch classes, and who were assigned to three groups using either a) Dutch- CAPT, a Computer Assisted Pronunciation Training (CAPT) system with Automatic Speech Recognition (ASR) that provides feedback on a number of Dutch speech sounds that are problematic for L2 learners, b) a CAPT system without feedback, c) no CAPT system. Participants were tested before and after the training. The results show that the ASR-based feedback was effective in correcting the errors addressed in the training.
|
|
|