|
|
Voorwoord
Het jaar 2007 is het jaar waarin het tijdschrift SSTP zijn derde lustrum viert. Zoals u op de pagina links van dit voorwoord kunt lezen, beoogt SSTP een forum voor onderzoekers en clinici in het Nederlands sprekend taalgebied te creëren en interdisciplinaire, kritische observatie te bevorderen van onderzoeksreslutaten en theoretische ontwikkelingen op het gebied van stem-, spraak- en taalpathologie.
Deze doelstelling is in de loop der jaren niet gewijzigd, wel de wijze waarop die doelstelling wordt gerealiseerd. In de eerste jaargangen werden in SSTP merendeels min of meer spontaan ingezonden onderzoeksartikelen gepubliceerd, soms gebundeld rond een bepaald onderwerp aangevuld met artikelen die op uitnodiging waren geschreven.
De afgelopen jaren, met name sinds de 11e jaargang, is het redactioneel beleid erop gericht tenminste één en bij voorkeur twee keer per jaar een themanummer of klinisch forum te laten verschijnen.
Themanummers in jaargang 11 waren: ‘Case studies in neurolinguistics’, naar aanleiding van het afscheidssymposium van Yvan Lebrun, en ‘Diagnostiek van spraakstoornissen bij kinderen’, gebaseerd op een workshop georganiseerd door de NVSST.
In jaargang 12 verscheen een dik themanummer (ruim 80 pagina’s) over ‘Problemen in de auditieve verwerking bij kinderen en volwassenen’, de proceedings van een studiedag georganiseerd door de Nederlandse Vereniging voor Klinische Linguïstiek en de NVSST.
Jaargang 13 (2005) opende met de Engelstalige proceedings van het ‘Three Countries Symposium on Clinical Linguistics’ met als thema ‘Developments in clinical Linguistics’.
De 14e jaargang tenslotte, opende met een themanummer over neuropsychologische aspecten van taal-spraakstoornissen op basis van een symposium gehouden in oktober 2005 onder auspiciën van De Nederlandse Vereniging voor Neuropsychologie (NVN) en de Nederlandse Vereniging voor Stem-, Spraak-, Taalpathologie (NVSST). Verder bevatte deze jaargang als supplement de proceedings van de vijfde editie van de ‘International Conference on Speech Motor Control’, Nijmegen, juni 2006, en werd de jaargang afgesloten met een dubbelnummer gewijd aan ontwikkelingen op het gebied van stemonderzoek.
Net als het tweede geldstroom onderzoek (NWO) wordt de inhoud van SSTP in toenemende mate top-down gestuurd. Het streven is om per jaargang 2-3 themanummers uit te brengen aangevuld met traditionele artikelen nummers. Het voor u liggende nummer gaat over diagnostiek van taal- en spraakstoornissen bij kinderen. Dit keer is het thema geen symposium verslag, maar ontstaan door enkele rond dit thema ingezonden artikelen. Het artikel van van Weerdenburg en Verhoeven doet verslag van een zeer uitgebreid psychometrisch onderzoek naar classificatie van kinderen in het ESM-onderwijs. Dit onderzoek levert vier profielen van kinderen op, die een belangrijke leidraad voor interventie vormen. Het tweede artikel betreft de allervroegste verwijzing en diagnostiek met behulp van het instrument SNEL (Spraak-en taalNormen EersteLijns gezondheidszorg). Op basis van vertraging in de verwerving, of het achterwege blijven van het bereiken van specifieke mijlpalen, kunnen mogelijke taalproblemen gesignaleerd worden. Het derde artikel doet verslag van de groep taalgestoorde kinderen die naar het Audiologisch Centrum werden verwezen voor nadere diagnostiek volgens het begin 2006 in gebruik genomen Multi Axiale Classificatie- systeem (MAC). Uit de eerste gegevens van 425 kinderen blijkt een grote diversiteit aan problematiek voor te komen, variërend in ernst, hetgeen belangrijke implicaties heeft voor het verwijzingsbeleid. Het tweede nummer van deze jaargang is een themanummer over meertaligheid en SLI. Het is gebaseerd op de voordrachten van een symposium over dit thema dat in oktober 2006 door de NVSST en de VKL georganiseerd werd. Het derde nummer wordt een traditioneel artikelen nummer met onder andere een uitgebreid artikel over de ontwikkeling van de stemvorming in het eerste levensjaar door W. Decoster. Het vierde nummer tenslotte zal een klinisch forum bevatten over spraakontwikkelings-dyspraxie. De redactie hoopt dat SSTP met deze jaargang wederom een veelzijdig en representatief palet aan onderwerpen aanbiedt hetgeen collega’s met verschillende achtergronden in staat stelt zich breed te informeren over werkvelden van ‘belendende’ disciplines.
Namens de kernredactie:
H.F.M. Peters B. Maassen
Eindredacteuren
Classificatie van Ernstige Spraak- en/of taalMoeilijkheden (ESM)
Marjolijn van Weerdenburg en Ludo Verhoeven
Radboud Universiteit Nijmegen
De populatie van kinderen met spraak-/taalproblemen is heterogeen. Om deze heterogeniteit nader te onderzoeken is allereerst een review gemaakt van de literatuur waarin spraak-/taalproblemen geclassificeerd worden. Vervolgens worden de resultaten van een Nederlandse classificatiestudie gepresenteerd waarin een brede testbatterij van spraak- en taaltesten en aan taal gerelateerde cognitietesten, is afgenomen bij 147 zesjarige en 136 achtjarige kinderen met Ernstige Spraak- en/of taalMoelijkheden (ESM). Uit factoranalyses blijkt dat in beide leeftijdsgroepen vier factoren te onderscheiden zijn die elk vier ongecorreleerde linguïstische domeinen vertegenwoordigen: 1) lexicaal-semantische vaardigheden, 2) auditieve conceptualisatie, 3) grammaticale vaardigheden en 4) spraakproductie . Deze empirische resultaten zijn gevalideerd door klinische oordelen van leerkrachten en logopedisten. Ten slotte wijzen clusteranalyses uit dat binnen elke leeftijdsgroep vier clusters van kinderen te vormen zijn die elk een specifiek profiel hebben dat gebaseerd is op de vier factoren. Sommige clusters vertonen ernstige problemen op één factor en andere clusters laten een grote achterstand zien op meerdere factoren in vergelijking met de andere kinderen met ESM binnen dezelfde leeftijdsgroep. De verschillende profielen zouden er op kunnen wijzen dat in interventie een dynamische benadering noodzakelijk is omdat er zowel beperkende als compenserende factoren in elk kind met ESM aanwezig kunnen zijn.
Trefwoorden: Specific Language Impairment (SLI), Ernstige Spraak- en/of taalMoeilijkheden (ESM), lexicaal-semantische vaardigheden, auditieve conceptualisatie, grammaticale vaardigheden, spraakproductie, classificatie.
Het identificeren van mijlpalen in de taalontwikkeling van kinderen van 1 tot 6 jaar
Margreet R. Luinge1 Wendy J. Post2, Sieneke M. Goorhuis-Brouwer3
1 Afdeling Logopedie, Hanzehogeschool Groningen 2 Afdeling KNO, Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) 3 Bureau for Medical and Technical Assessment, Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG)
Doel: Het doel van dit onderzoek was om een goed genormeerd en gevalideerd screeningsinstrument te ontwikkelen (SNEL) voor de opsporing van mogelijke taalproblemen bij kinderen van een tot zes jaar.
Methode: Om mijlpalen in de taalontwikkeling te schalen werd een steekproef van 527 kinderen van 1 tot zes jaar genomen via kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en basisscholen. De vragen met betrekking tot de geselecteerde mijlpalen werden telefonisch voorgelegd aan ouders van kinderen in de leeftijd van 12 tot 72 maanden. De mijlpalen werden geschaald volgens het nonparametrische Mokken Item Response Model. De externe validatie werd onderzocht door de scores op SNEL te relateren aan de uitkomsten van de Gouden standaard. Op basis van de sensitiviteit en specificiteit werd de accuraatheid van SNEL om kinderen met mogelijke taalproblemen op te sporen, gemeten.
Resultaten: SNEL heeft een sterke schaalbaarheid (H = 0.95), een hoge betrouwbaarheid (Rho = 0.96), and de acuuraatheid om kinderen met taalproblemen op te sporen was goed (AUROC = 0.94). De resultaten laten zien dat een unidimensionele schaal met mijlpalen uit syntactische, fonologische en lexicale modaliteiten in zowel taalbegrip als taalproductie geschikt is voor het meten van taalvaardigheid bij kinderen.
Conclusies: SNEL is een screeningsinstrument voor de opsporing van mogelijke taalproblemen bij kinderen van 1 tot 6 jaar en is in korte tijd af te nemen, sensitief en geschikt voor de eerstelijnsgezondheidszorg.
Classificatie van kinderen met taalontwikkelingsstoornissen op het Audiologisch Centrum
Romain Buekers en Harrie Degens
Audiologisch Centrum Stichting Revalidatie Limburg, Locaties Hoensbroek, Venlo en Maastricht
Deze bijdrage is een eerste omschrijving van de groep taalgestoorde kinderen die naar het Audiologisch Centrum (AC) worden verwezen voor nadere diagnostiek. Het betreft hier gegevens van de kinderen jonger dan 7 jaar die op onze verschillende locaties in Limburg werden gezien in de periode januari- juli 2006. Hierbij is te vermelden dat dit zeer waarschijnlijk een geselecteerde populatie taalgestoorde kinderen is, want lang niet alle kinderen met taalontwikkelingsproblematiek worden voor diagnostiek naar de audiologische centra verwezen.
De voorgaande jaren heeft binnen de Federatie van de Nederlandse Audiologische Centra (FENAC) een werkgroep zich beziggehouden met de ontwikkeling van een beschrijvingssysteem voor deze groep taalgestoorde kinderen. Sinds 2006 gebruiken de AC’s dit Multi Axiale Classificatiesysteem (MAC), waarbij men kenmerken vanaf een ernstgraad slechter dan –1 SD scoort op vijf assen: Taal-spraak, Gedrag, Cognitie, Medisch en Pedagogisch.
Uit de eerste gegevens bij 425 kinderen blijkt dat 85% een ernstig taal-spraakprobleem heeft, dat bij 17% gedragsproblemen aanwezig zijn, dat bij 26% de cognitieve ontwikkeling bijzonder is, dat 57% een belaste medische anamnese heeft en dat bij 60% bepaalde pedagogische factoren meespelen.
Op een As kan één of meerdere malen een kenmerk aangeduid worden en een kind kan uiteraard ook "scoren" op meerdere Assen. Zo werden bij deze 425 patiëntjes 2 % kinderen gezien die op geen enkele As een kenmerk hadden, 17% hadden problemen op slechts één As, 33% op twee Assen en 30% op drie Assen. Er waren ook 13% kinderen met scoring op vier Assen en zelfs 3% die op alle vijf de Assen aanwezig waren. Tot slot stelden we nog vast dat 66% van deze groep bestond uit jongens. Het is de bedoeling dat begin 2007 de Audiologiche Centra hun registratiegegevens van 2006 aanleveren bij de Fenac en dat dan een analyse gebeurt die nog representatiever zal zijn omdat het zal gaan over meerdere duizenden kinderen over heel Nederland.
Sleutelwoorden: taalontwikkelingsstoornissen, epidemiologie, classificatie, multidisciplinaire diagnostiek, dysfatische ontwikkeling.
|
|
|