|
|
Stemproblemen bij Nederlandse en Vlaamse vrouwelijke leerkrachten in het basisonderwijs: een exploratieve en vergelijkende studie
Isabelle Vanhoudt1, Katrien Exelmans 1, Katrien Schaekers1, Felix I.C.R.S de Jong1,2
1 Logopedische en Audiologische Wetenschappen, Labo Exp. ORL - Dept. Neurosciences van de K.U. Leuven, België. 2 Dienst Neus-, Keel- en Oorheelkunde – Gelaat en Halschirurgie, Universitaire Ziekenhuizen van de K.U. Leuven, België.
Professioneel stemgebruik stelt hoge eisen aan het stemapparaat en aan de gehele persoon. Een stemprobleem heeft voor beroepssprekers dan ook verscheidene gevolgen. Deze studie inventariseert het voorkomen van stemproblemen en de psychosociale gevolgen ervan bij vrouwelijke leerkrachten uit Nederland en Vlaanderen. In het onderzoek werd gebruik gemaakt van een algemene vragenlijst en de Voice Handicap Index. Zowel de Nederlandse, alsook de Vlaamse leerkrachten kenden een hoge prevalentie van stemklachten gedurende de uitoefening van hun beroep. Nederlandse leerkrachten rapporteerden vaker stemklachten op het moment van het onderzoek. Toch hebben deze klachten geen ernstiger psychosociale impact dan die van de Vlaamse leerkrachten. Beide groepen leerkrachten kenden ook een hoge prevalentie van werkverzuim omwille van stemklachten, Nederlandse leerkrachten hoger dan hun Vlaamse collega’s. Deze studie peilt tot slot ook naar de aandacht die in de opleiding besteed werd aan stem en naar de gewenstheid van een opfriscursus voor adequaat stemgebruik. Nederlandse leerkrachten vinden, in tegenstelling tot Vlaamse leerkrachten, vaker dat de aandacht voor stem in de opleiding voldoende was. Vlaamse leerkrachten vinden vaker dat een opfriscursus gewenst is. Voorlichting omtrent stemgebruik is wenselijk om een groter bewustzijn en een grotere opmerkzaamheid ten opzichte van stemproblemen te bekomen.
Sleutelwoorden: Stemstoornissen, leerkrachten, Nederland, Vlaanderen, psychosociale consequenties, epidemiologie, werkverzuim.
De relatie tussen coping en psychosociale impact van de stem bij vrouwelijke Vlaamse leerkrachten
Katrien Exelmans1, Katrien Schaekers1, George Thomas2, Wivine Decoster1, Felix I.C.R.S de Jong2
1 Logopedische en Audiologische Wetenschappen, Labo Exp. ORL – Dept. Neurosciences van de K.U. Leuven, België. 2Afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde, Universitair Medisch Centrum van de Radboud Universiteit Nijmegen, Nederland. 3Dienst Neus-, Keel- en Oorheelkunde – Gelaat en Halschirurgie, Universitaire Ziekenhuizen van de K.U. Leuven, België.
In een cross-sectionele studie werd een vragenlijst verstuurd naar 460 vrouwelijke Vlaamse leerkrachten van het lager onderwijs. Naast een reeks algemene vragen werden twee gestandaardiseerde vragenlijsten, namelijk de Voice Handicap Index (VHI) en de Utrechtse Coping Lijst (UCL), opgenomen in de vragenlijst. Om de leerkrachten te kunnen vergelijken met de algemene populatie werden er 400 Vlaamse controlevrouwen quasi willekeurig geselecteerd. Uit de onderzoeksvragen kwam naar voren dat leerkrachten een hogere score behaalden op de fysieke subschaal (p = 0,004) van de VHI dan controles. Tevens werd gevonden dat leerkrachten relatief vaker sociale steun zoeken dan controles (p = 0,002). Controles met een hoge stemhandicap scoren hoger op de schalen "vermijden" (p = 0,005) en "passief reactiepatroon" (p = 0,047) dan leerkrachten met een hoge stemhandicap. Ondanks het feit dat leerkrachten meer geneigd zijn sociale steun te zoeken, hanteren ze geen significant betere copingstrategieën dan de algemene controlegroep. Enkel de leerkrachten met een hoge stemhandicap zullen minder passief en minder vermijdend reageren dan controles met een dergelijk stemprobleem. Leerkrachten blijken ongeacht of zij stemproblemen ervaren of niet, het risico voor stemproblemen te onderschatten. Actieve copingstrategieën dienen te worden onderwezen aan leerkrachten om hen effectief met hun stem te laten omgaan.
Sleutelwoorden: Coping, Professionele stem, Stemhandicap, Leerkrachten, VHI
Het type fonetogram en psychosociale consequenties bij vrouwelijke stempatiënten Piet G.C. Kooijman1, Catharina M.J. de Wild2, Felix I.C.R.S de Jong3
1 Afdeling Paramedische disciplines, Keel-, Neus- en Oorheelkunde van het Universitair medisch Centrum St. Radboud, Nijmegen 2Afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde van het Bernhoven Ziekenhuis, Veghel 3 Afdeling Neus-, Keel- en Oorheelkunde, Gelaat- en Halschirurgie van de Universitaire Ziekenhuizen K.U. Leuven, Leuven Om de samenhang te onderzoeken tussen het type fonetogram en de psychosociale impact op het dagelijks leven werd bij 173 vrouwelijke stempatiënten in de leeftijd van 18 tot 64 jaar, gemiddelde leeftijd 36 jaar, de Voice Handicap Index (VHI) afgenomen. Daarnaast werd bij alle patiënten een fonetogram afgenomen. Deze werden naar Schutte ingedeeld in 4 typen: groot, middelgroot, discongruent en klein. De grootste groep patiënten (45,1%) bleek een middelgroot fonetogram te hebben. Het discongruente fonetogram kwam slechts bij 8,1% van de patiënten voor. Ongeveer de helft van de patiënten bleek een stemplooilaesie te hebben, de andere helft vertoonde geen pathologische afwijkingen. Patiënten met een stemplooilaesie scoorden significant hoger op de P-subschaal van de VHI (p=.007) dan de andere patiënten. Voor de totale VHI score werd geen significant verschil gevonden. Bij de stempatiënten met een stemplooilaesie werd significant vaker een discongruent en een klein fonetogram gevonden (p = 0,010). Patiënten met een klein of een discongruent fonetogram scoorden ten opzichte van de middelgrote en grote fonetogram significant hoger op de VHI. Er werd een duidelijke oplopende tendens gevonden van groot naar klein. Tussen de kleine en discongruente fonetogrammen werd geen significant verschil gevonden. Dit onderzoek toont duidelijk aan dat patiënten met een klein of een discongruent fonetogram een grotere psychosociale impact van hun stemstoornis ervaren dan patiënten met een middelgroot of groot fonetogram.
Sleutelwoorden: Fonetogram, psychosociale implicatie, stemstoornis, Voice Handicap Index, VHI, stemplooilaesie
Fonochirurgie met koude instrumenten of CO2 laser: vergelijkende stemkwaliteitsbeoordeling bij goedaardige larynxaandoeningen C. De Graeve1,1I. Deketelaere1, Y. Maryn2, C. Dick2, A. Beernaert3, M. Caenen3, C. Verhoye4, S. De Moor4, J. Verstraete1, I. Michaux1, J. Deklerck1
1 Opleiding Logopedie, Departement Gezondsheidszorg, Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende, Brugge, België 2 Dienst voor Neus-, Keel- & Oorziekten en Gelaat- & Halschirurgie, Dienst voor Logopedie en Audiologie, AZ Sint-Jan AV, Brugge, België 3 Dienst voor Neus-, Oor- en Keelziekten, Henri Serruys Ziekenhuis AV, Oostende, België 4 Dienst voor Neus-, Keel- en Oorziekten, AZ Sint-Lucas, Brugge, België Fonochirurgie heeft tot doel de stemkwaliteit te behouden of te verbeteren door defecten in de laryngale stemproductie te corrigeren. Er kan hierbij gebruik gemaakt worden van de traditionele koude instrumenten of de CO2 laser. De hier gepresenteerde prospectieve studie evalueert de post-operatieve functioneel vocale outcome bij 20 patiënten met verschillende benigne stemplooiaandoeningen, ten eerste van fonochirurgie in het algemeen (ongeacht het gebruikte instrumentarium) en ten tweede van de twee afzonderlijke methodes. De evaluaties (pre-operatief, kort na de operatie en lang na de operatie) gebeurden enerzijds aan de hand van een perceptuele beoordeling (GRBI) van zowel een aangehouden klinker als een voorgelezen tekst of spontane spraak. Anderzijds was er een akoestische analyse (jitter percent, shimmer percent en noise-to-harmonics-ratio) van de aangehouden klinker. De resultaten van deze studie duiden niet eenduidig op een significante verbetering ten gevolge van fonochirurgie. Bovendien zijn er geen verschillen gevonden tussen koude en warme fonochirurgie. Kanttekeningen en tekortkomingen betreffende deze studie worden aangegeven.
Stemstoornissen en vocale performantie na logopedische behandeling met biofeedback Y. Maryn1, M. De Bodt2, P. Van Cauwenberge3
1 Dienst voor Neus-, Keel- & Oorziekten en Gelaat- & Halschirurgie, Dienst voor Logopedie en Audiologie, AZ Sint-Jan AV, Brugge, België 2 Dienst voor Neus-, Keel- & Oorziekten en Hoofd- & Halschirurgie, Centrum voor Communicatiestoornissen, Universitair Ziekenhuis, UA, Antwerpen, België 3 Dienst voor Neus-, Keel- & Oorziekten en Gelaat- & Halschirurgie, Universitair Ziekenhuis, Gent, België Met dit artikel pogen de auteurs de literatuur – in de vorm van studies gepubliceerd in peer-tijdschriften – over de effecten van biofeedback (BF) in de behandeling van stemstoornissen en het verbeteren van vocale performantie op een systematische wijze na te zien en te analyseren. Er wordt in eerste instantie ingegaan op een uitgebreide en eerder universele definitie van BF. De literatuurstudie omvat 18 groeps- of gevalsstudies of –rapporten over de invloed van electromyografische, laryngoscopische en akoestische BF bij patiënten met een stemstoornis (meerbepaald met hyperfunctionele dysfonie, hypofunctionele dysfonie, psychogene dysfonie, laryngaaltrauma, totale laryngectomie of autonome stemplooidysfunctie) en bij proefpersonen met een normale stem. De gehanteerde BF-procedures, de aangewende onderzoeksmodellen (designs) en de verschillende onderzoeksresultaten worden voorgesteld. Samengevat kan besloten worden dat de bruikbaarheid van BF in de behandeling van stemstoornissen en in het optimaliseren van stemgedrag slechts bevestigd kan worden op basis van tendensen in plaats van bewijzen. Dit is het gevolg van het nijpend tekort aan kwalitatieve effectiviteitstudies. In slechts 3 van de 18 rapporten (16.7 %) faalde BF-therapie in het verbeteren van stemkwaliteit of in het bekomen van betere resultaten in vergelijking met andere therapievormen. Tenslotte worden adviezen inzake methodologie en toekomstige wetenschappelijke uitdagingen geponeerd.
Dit artikel is verschenen: Maryn, Y., De Bodt, M.S., & Van Cauwenberge, P. (2006). Effects of biofeedback in phonatory disorders and phonatory performance: A systematic literature review. Applied Psychophysiology and Biofeedback, 31, 65-83.
Key words: Biofeedback, stemstoornissen, vocale performantie, stemtherapie, effecten
Onderzoek naar de sprekersformant bij 150 Vlaamse spreekstemmen N. De Belie1, S. Carnewal1, B. Timmermans2
1 Universiteit Gent 2 Erasmus Hogeschool Brussel, Universiteit Antwerpen Leino (1994), Nawka (1997) en Bele (2002) hebben baanbrekend werk verricht op het domein van de sprekersformant. Een stem bezit dergelijke formant indien het verschil in dBSPL tussen de hoogste spectrale piek en de meest prominente piek in de regio 3-4 kHz (mannen) of 4-5 kHz (vrouwen) een waarde heeft tussen 15 en 30 dB. Good voice quality zou getypeerd worden door de aanwezigheid van deze formant.
In huidig onderzoek werd nagegaan of de sprekersformant zoals beschreven door Leino (1994) terug te vinden is bij Vlaamse spreekstemmen en welke variabelen van invloed zijn op de vorming van deze piek en meer algemeen op het al dan niet radiofonisch beoordeeld worden. In bijna één derde van de 150 samples werd dergelijke piek teruggevonden. Uit de vergelijking van de uitgevoerde LTAS-analyses met het luisteroordeel blijkt echter dat deze formant bij Vlaamse mannen- en vrouwenstemmen niet correleert met wat beoordelaars radiofonisch noemen in dit onderzoek. Andere variabelen, zoals fundamentele frequentie, geslacht en leeftijd dragen wel bij tot het al dan niet radiofonisch beoordeeld worden.
Key Words: sprekersformant, acteursformant, radiofonische stemkwaliteit, luisteroordeel, LTAS
|
|
|