Login Search
2006  
Nummer 02/2006

Verworven Kinderafasie: Een Systematisch Onderzoek van de Literatuur


Hanne Baillieux1,3, Tom Bundervoet2, Peter Mariën3, 4, 5,
Philippe Paquier3, 6, 7

1Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen, Vrije Universiteit Brussel, Brussel, België. 2Faculteit Economische Wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel, Brussel, België. 3Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Vakgroep Taal- en Letterkunde, Vrije Universiteit Brussel, Brussel, België. 4Dienst Neurologie, Ziekenhuis Netwerk Antwerpen – Middelheim ziekenhuis, Antwerpen, België. 5Laboratorium voor Neurochemie en Gedrag, Born-Bunge Stichting, Universiteit Antwerpen, Antwerpen, België. 6Service de Neurologie, Hôpital Erasme, Université Libre de Bruxelles, Brussel, België. 7Vakgroep Neurowetenschappen, Universiteit Antwerpen, Antwerpen, België


In deze bijdrage worden aan de hand van gevalsstudies de neurologische, neurolinguïstische en neuropsychologische aspecten van verworven kinderafasie (VKA) onderzocht. Getracht werd de beschikbare gevalsbeschrijvingen sinds 1978 uit de Engelse en Franse literatuur te verzamelen (N=87), met uitzondering van de afasieën met epileptische oorzaken. De afasiekarakteristieken werden volgens een time-frame model geanalyseerd. De vraagtekens die reeds lang bij de standaarddoctrine van VKA worden geplaatst, worden in deze studie onderbouwd. Uit de analyse van de onderzoeksdata blijkt een diversiteit van afasietypes en wordt aangetoond dat er een uniforme verdeling bestaat van vloeiende en niet-vloeiende afasietypes. Analyse van de klinisch-anatomische verbanden toont daarenboven opvallende overeenkomsten tussen de afasie bij kinderen en volwassenen. Eén statistisch relevant prognostisch verband wordt geïdentificeerd, namelijk een verlaagde kans op herstel indien bij onset van de afasie een auditieve begripsstoornis aanwezig is. Er wordt geen statistisch significant verband gevonden tussen de etiologie en de leeftijd bij onset van de afasie en de mate van herstel. Via een binaire logistische regressie-analyse kunnen we enkele simulaties doorvoeren om te bepalen wanneer de kansen op herstel het hoogst en laagst zijn. Ten slotte bevestigt deze studie dat kinderen met een VKA, ondanks het linguïstisch herstel, vaak residuele cognitieve deficits vertonen.



Cochleaire implantatie bij meervoudig gehandicapte kinderen: kwaliteit van leven en taalbegrip

Drs. Marchien M.R. Hoffer2*, Drs. Godelieve W.J.A. Damen1*, Drs. Caja C. Hoekstra2, Dr. Emmanuel A.M. Mylanus1

* Gedeeld eerste auteurschap
1Afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde, Cochleair Implantatie Team, UMC St Radboud Nijmegen. 2Afdeling Medische Psychologie, Cochleair Implantatie Team, UMC St Radboud Nijmegen.

In deze studie is gekeken naar de meerwaarde van een Cochleair Implantaat (CI) voor een groep meervoudig gehandicapte kinderen (MG). De onderzoeksgroep bestaat uit 20 MG kinderen (twaalf met een ontwikkelingsachterstand, IQ < 80, en acht met leerproblemen gebaseerd op uitgebreid onderzoek), de controlegroep bestaat uit achttien kinderen zonder handicap naast hun doofheid. De resultaten van vier door ouders ingevulde vragenlijsten, longitudinale taalbegripsscores, school resultaten en evaluatierapportages werden voor de groepen vergeleken. Uit de vragenlijsten blijkt dat de meerwaarde van het CI volgens ouders van MG kinderen bijna net zo hoog is als in de controlegroep. De taalbegripscore van de kinderen in beide groepen is drie jaar na implantatie ongeveer gelijk. Voor de controlegroep worden op school problemen met het begrijpend lezen gemeld. Leerkrachten van MG kinderen beschrijven uiteenlopende problemen, deze worden nauwelijks gemeld in de controlegroep. Deze studie laat zien dat MG kinderen met een CI net zo goed presteren op taalbegriptests als kinderen zonder handicap naast doofheid. Hun ouders beoordelen de kwaliteit van leven en de meerwaarde van het CI bijna gelijk als ouders in de controlegroep. Uitgaande van deze gegevens heeft CI bij kinderen met een meervoudige handicap een meerwaarde die vergelijkbaar is met die van kinderen zònder meervoudige handicap.