Auditieve verwerking van spraak: Hoe weinig we ervan weten
Bert Schouten
UiL-OTS Universiteit Utrecht
De centrale vraag bij de auditieve verwerking van spraak is hoe de luisteraar erin slaagt het continu variërende en ook in andere opzichten zeer variabele akoestische signaal te herleiden tot een reeks discrete eenheden – hetzij fonemen, hetzij woorden. Enkele tientallen jaren onderzoek hebben geen bruikbaar model van dit proces opgeleverd. In het foneemperceptie-onderzoek is er nauwelijks sprake van toetsbare modellen. Zo menen we bijvoorbeeld te weten dat spraak categorisch wordt waargenomen, maar we weten niet hoe dat gebeurt – en om die vraag gaat het nu juist. Ook het woordherkenningsonderzoek heeft niet geleid tot een model van auditieve verwerking van spraak, voornamelijk omdat het zich niet met de centrale vraag bezighield. Er bestaan goede fysiologische modellen van de verwerking van geluid, en dus ook van spraak, vanaf het perifere gehoororgaan tot in de auditieve cortex, bij proefdieren. Uit die modellen wordt duidelijk dat de herleiding van signalen tot discrete eenheden niet ergens op dit pad gebeurt: het zit dus “hogerop”. De verwachting is dat onderzoek naar die hogere niveaus, dankzij de opkomst van niet-invasieve fysiologische meetmethoden die op mensen gebruikt kunnen worden, ons in de komende jaren een beter beeld zullen geven van de auditieve verwerking van spraak.
De spraakperceptie van kinderen met een genetisch risico voor dyslexie
Ellen Gerrits
Afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde, Academisch Ziekenhuis Maastricht
In recent onderzoek wordt steeds meer evidentie gevonden voor een relatie tussen dyslexie en taalstoornissen. De symptomen in gesproken en geschreven taal overlappen elkaar en er worden dezelfde onderliggende oorzaken verondersteld. Eén van de hypothesen is dat dyslexie en taalontwikkelingsstoornissen verschillende verschijningsvormen zijn van dezelfde onderliggende stoornis in de spraakperceptie. Deze hypothese werd getoetst middels een onderzoek naar de klankwaarneming van jonge kinderen met een genetisch risico voor dyslexie en jonge kinderen met een specifieke taalontwikkelingsstoornis. De resultaten bevestigen de hypothese: beide groepen kinderen zijn minder consistent in het classificeren van spraakklanken dan de controlegroep. Het effect is foneemspecifiek en geldt alleen voor klanken die perceptueel moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn, zoals plofklanken. Er wordt beargumenteerd dat een spraakperceptiestoornis één van de componenten is van een Multiple-Risk Model dat ten grondslag ligt aan dyslexie en specifieke taalontwikkelingsstoornissen.
Fonologische verwerking en fonologisch werkgeheugen van kinderen met taalproblemen
Elise de Bree¹, Carien Wilsenach¹ en Ellen Gerrits²
¹Universiteit Utrecht, UiL OTS
²Academisch Ziekenhuis Maastricht, KNO
In deze studie werd onderzocht of kinderen met een genetisch risico voor dyslexie en kinderen met een taalstoornis problemen hebben met fonologische verwerking en het fonologisch werkgeheugen. Problemen op deze gebieden worden vaak in verband gebracht met zowel taalstoornissen als leesproblemen. Met behulp van een non-woord repetitietaak en een digit spantaak zijn deze twee gebieden onderzocht. Zowel de kinderen met een taalstoornis als de kinderen met een genetisch risico voor dyslexie hebben moeite met fonologische verwerking en fonologisch werkgeheugen. De resultaten suggereren dat een subgroep van de risicokinderen dezelfde onderliggende problemen heeft in hun taalontwikkeling als de taalgestoorde kinderen. De resultaten steunen bovendien de hypothese dat scores op fonologische verwerking en fonologisch werkgeheugen mogelijke voorspellers van leesproblemen zijn.
Spraakmanipulatie en educatieve software ter stimulering van het fonologisch bewustzijn van kleuters met een risico op leesproblemen.
Eliane Segers, Fred Hasselman, Ludo Verhoeven en Saskia de Graaff
Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling, Radboud Universiteit Nijmegen
In twee software interventies gericht op het uitbreiden van het fonologisch bewustzijn werden de additionele effecten van het manipuleren van het spraaksignaal getest bij kleuters die een risico hebben om leesproblemen te ontwikkelen. Studie 1 werd uitgevoerd bij kinderen met ernstige spraak/taalproblemen en Studie 2 bij kinderen met een genetisch risico op dyslexie en een gering fonologisch bewustzijn. Beide studies lieten positieve effecten van de interventie zien, maar geen additionele effecten van spraakmanipulatie.
Evaluatie van de Nijmeegse testbatterij voor auditieve verwerkingsproblemen bij volwassenen
Karin Neijenhuis¹, Thijs van Toor², Hans Tschur³, Ad Snik¹
¹ UMC St. Radboud Nijmegen, afd. KNO-audiologisch centrum
² Audiologisch Centrum Twente, Hengelo
³ Samenwerkende Centra Eindhoven
De ‘Nijmeegse testbatterij voor auditieve verwerkingsproblemen’ werd ontwikkeld naar aanleiding van een behoefte aan gestandaardiseerde tests voor personen met spraakverstaansklachten, die niet verklaard konden worden vanwege een normaal toon- en spraakaudiogram. Ter evaluatie van de klinische bruikbaarheid van deze testbatterij werd deze afgenomen bij diverse onderzoeksgroepen, waarvan er drie in dit artikel zijn besproken: volwassenen met auditieve klachten en een normale toon- en spraakdrempel (n=24), volwassenen met een chronische whiplash (n=22) en volwassenen met een lichte perceptieve slechthorendheid (n=24). Zes tests werden afgenomen: een zinnenin-ruis test, patroonherkenningstests, een woorden-in-ruistest, een dichotische digit test, een gefilterde spraaktest en een binaurale fusietest. Bij vergelijking van de resultaten van de drie onderzoeksgroepen met de controlegroep bleken op de meeste tests significante verschillen te bestaan, hetgeen aantoont dat de tests in staat zijn om auditieve verwerkingsproblemen in kaart te brengen bij personen met een normale gehoordrempel. Daarnaast toonden factoranalyses aan dat het aantal testscores is terug te voeren op drie factoren, te weten ‘auditieve decodering’, ‘binaurale integratie’ en ‘auditieve temporele ordening’. Geconcludeerd wordt, dat de testbatterij geschikt is voor klinische toepassing in een multidisciplinaire setting.
Auditieve verwerkingsproblemen; een case-report ter illustratie
Kees-Hein Woldendorp, Joost Hurkmans, Robert Waaksma, Madeleen de Bruijn
Revalidatie Friesland, Beetsterzwaag
Dit case-report beschrijft de auditieve verwerkingsproblemen van een patiënt met dubbelzijdige temporale infarcten. Naast de auditieve verwerkingsproblemen was er sprake van fatische en andere cognitieve stoornissen. De auditieve verwerkingsproblemen hadden een grote impact op het algehele functioneren van de patiënt. De literatuur en ervaringen elders in Nederland boden ons geen specifieke richtlijn voor de diagnostiek en behandeling. Dit ondanks de recent ontstane landelijke belangstelling voor auditieve verwerkingsproblemen, waarvan ook dit themanummer getuigt. Met dit artikel hopen wij een illustratie te geven welke invloed auditieve verwerkingsproblemen en bijkomende stoornissen op iemands dagelijks leven kunnen hebben en waar een multidisciplinair behandelteam mee geconfronteerd kan worden. Daarnaast wordt een pleidooi gehouden voor het ontwikkelen van een gestructureerde interdisciplinaire aanpak, overigens zonder dat een pasklare oplossing wordt aangereikt.