Stemmen meten met Praat
Paul Boersma
Universiteit van Amsterdam, afdeling Fonetische Wetenschappen
Dit artikel beschrijft hoe het computerprogramma Praat gebruikt kan worden voor het meten van verscheidene soorten afwijkingen in de periodiciteit van een stemgeluid, te weten stemhaperingen, jitter, shimmer en ‘ruizigheid’. De metingen in Praat blijken over een groter gebied betrouwbaar, en minder gevoelig voor toegevoegde ruis, dan de metingen in het programma MDVP. Pas door deze toegenomen nauwkeurigheid kunnen jitter- en shimmermetingen correct gerelateerd worden aan specifieke onregelmatigheden van de stem.
Effecten van logopedische stemtherapie
Renée Speyer¹, George H. Wieneke² en Philippe H. Dejonckere²
¹Academisch Ziekenhuis Maastricht, Afdeling KNO / Audiologisch Centrum
²Universitair Medisch Centrum Utrecht, Afdeling Foniatrie
De effecten van logopedische stemtherapie bij chronische dysfonie werden vastgelegd met behulp van perceptieve evaluatie, akoestische analyse, laryngostroboscopie, fonetografie, aërodynamische maten en zelfevaluaties door de patiënt. De gevonden “overall” groepseffecten bleken duidelijk significant. De gemiddelde veranderingen waren echter klein. Daarnaast kunnen de therapie-effecten voor de individuele patiënt zeer uiteenlopen. Aangezien niet alle patiënten afwijkende baselinewaarden bezaten voor alle evaluatiemethoden en evenmin alle patiënten significante verbeteringen op alle methoden lieten zien, wordt een multidimensioneel onderzoeksinstrumentarium aangeraden voor de evaluatie van stemtherapie-effecten.
Kwaliteit van leven bij kinderen met otitis media: de waarde van ouderrapportage bij diagnostiek en behandeling
Angelique A. Timmerman¹, Lucien J.C. Anteunis², Cor M.G. Meesters³
¹²Academisch Ziekenhuis Maastricht. Afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde
³Universiteit Maastricht. Departement Medische, Klinische en Experimentele Psychologie
In deze studie is de waarde van ouderrapportage onderzocht voor de diagnostiek en behandeling van jonge kinderen met chronische Otitis Media met Effusie (OME). De OM-6 werd hierbij gebruikt, een 6-item vragenlijst, die de ‘gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven’ meet. De ouders van 77 kinderen in de leeftijd van 12-48 maanden hebben de OM-6 ingevuld vóórafgaand aan het plaatsen van trommelvliesbuisjes (voormeting) en 6 weken na de operatie (nameting). Na de ingreep is eveneens vastgesteld hoe de ouders terugkeken op de kwaliteit van leven vóór de ingreep (retrospectieve voormeting). Vóór de ingreep scoren de items ouderlijke bezorgdheid en spraakachterstand het hoogst, terwijl na de ingreep de verandering het grootst was voor het item gehoorverlies. Er was sprake van ‘response-shift bias’ omdat er een significant verschil werd gevonden tussen de voormeting en de retrospectieve voormeting: de ernst van het gehoorverlies werd onderschat en de ‘globale oorgerelateerde kwaliteit van leven’ werd overschat bij de voormeting. Een bijkomend gevolg kan zijn dat, wanneer in effectonderzoek geen gebruik wordt gemaakt van een retrospectieve voormeting, substantiële veranderingen gemist worden. Dit zou kunnen leiden tot het onderschatten van het behandeleffect en het ten onrechte onthouden van de behandeling, zoals het plaatsen van trommelvliesbuisjes bij een selecte groep kinderen.